Iedereen heeft tegenwoordig een blog. Iedereen heeft Facebook. Iedereen laat weten hoe leuk zijn of haar leven is. Iedereen is creatief. Iedereen is muzikant, schrijver, regisseur, acteur, illustrator, filmmaker. Iedereen is hip, snel, flashy en ‘áán’. Iedereen gaat naar Londen of Berlijn om daar ‘iets’ te gaan doen met kunst. Iedereen ‘maakt’ dingen, of wil dat. Iedereen is de shit. Read the rest of this entry »

Verandering van spijs doet eten, dus vandaag zit ik in de CoffeeCompany. Hoewel het een beetje raar voelt om daar de hele dag te zitten en ik denk dat ik zometeen toch maar weer naar de bieb verplaats is het een fijne plek om te werken. Lekkere muziekjes, lekkere koffie, lekkere barmannen, lekkere sfeer, lekker lekker. En hier zijn ook kinderen. Gekke plek voor kinderen vind ik, het is echt zo’n hang-out voor jong, hip en flitsend Utrecht, – niet dat ik nou per se hip en flitsend ben, maar toch leuk om daarmee geassocieerd te worden – maar toch zat er hier zo’n snottenbelletje aan een chocomelletje te lurken. Ook hij vond de sfeer lekker, bleek toen hij ongegeneerd door het pand ging rennen. Papa zat gezellig in zijn iPhone, dus kind had alle vrijheid. Heerlijk, die slimme telefoons. Met een hoofd dat het leven heerlijk vindt, een snottenbel 2.0 en een bos blonde krullen denderde het ruitjesblousje door het café. Toen papa het zich realiseerde zei hij tegen snotje: “Ho, dat mag niet!” “Nieeeeeet?” zei het snotje verontwaardigd. Waarom niet? Vrij land, vrije wereld, lekker lekker. En toen papa weer in zijn slimme telefoon kroop dacht het kind ‘ach stik’ en begon weer lekker rondjes te rennen. Tot hij in zijn ooghoek zag dat papa nu aan zijn chocomelletje aan het lurken was. Abrupt stopte snotje zijn marathon en riep; “Is mij!” door de toko. “Nee is op”, zij papa. Je zag snotje ‘oh oke’ denken en hij vervolgde zijn Utrechtse grachtenloop, waarna papa stiekem het schuim uit het chocomelletje zoog. Ja, dat vind ik dus ook altijd het lekkerst. Ik denk dat ik zo nog maar een moccachino bestel. Volgens mij viel ik zojuist in een tentamen-acceptatie-fase.

Loop naar deur kijk om me heen oh gelukkig er is plek eerst cappuccino hoe werkt dit apparaat oh zo oke ja ik wil chippen ja ik vind het goed nee geen suiker wanneer is het klaar oh wat high-tech het komt gewoon naar je toe wauw goed zitten telefoontjes plegen nee niet de beste plek om te bellen oh naast me gaat ook een man bellen nee ik ga toch niet hier bellen dan maar tussen de schuifdeuren niemand neemt op gelukkig lekker zitten wat doen die mensen intiem zo hier voor de deur get a room die jongen kijkt echt alsof hij nog superveel moet doen maar gewoon hier op uitstel van executie zit te wachten hij heeft eindelijk de moed verzameld jezus wat koud zeg waarom heeft dat kind geen normaal shirt aan wat loopt ze kwaad oh nu gaat ze bellen you should have called me no seriously dude she is just oh my god I hate her how could she do that they’re both shit to me my god I had to call her myself to get an explanation my god and I didn’t even do anything wrong no dude seriously what the fuck was she thinking he should have known my god jemig wat een klaagzang en dan zo pal hier voor de deur zonder normaal shirt aan en jezus nee een legging is geen broek doe normaal oooooh nu gaat die andere man ook nog bellen gaan ze hier nou echt door elkaar heen zitten bellen zal ik anders ook nog even gaan bellen gezellig wordt het dan hier zeg oh de man gaat al weg haha zijn HTC werkt ook niet mee we kunnen elkaar de hand schudden haat-liefde-verhouding god wat is die koffie heet zeg nou ja maar goed ook nu heb ik nog even tijd wat moet ik nog veel doen shit ik ben alweer mijn fietslampjes vergeten wat stom ja ga jij maar lekker je huisgenoot bellen over het eten ja ik heb ook honger hou nou je mond he wat heeft zij daar nou een muffin ooooh lekker ik wil ook een muffin maar ik kan niet weg al m’n spullen liggen daar en dan is er zo geen plek meer en ik moet nog zoveel doen maar op een lege maag kun je niet denken nee geen muffin halen laat nou straks thuis kun je weer eten ik heb geen eten nou dan ga je eten halen ja oh my god cut the crap! they’re shit to me fuck them seriously dude I’m serious I HAD TO CALL HER FOR GOD SAKE jezus and I didn’t even do anything wrong this can’t be happening oke, weg hier.

Vandaag zit ik in de bieb. Fascinerende plek. Net als stations en treincoupé’s. Bijvoorbeeld: net was ik naar de WC. En nu heeft dit WC-fenomeen niks te maken met het feit dat het toevallig een WC in een bieb betreft, maar eigenlijk is de sociale context van WC’s heel gek. Wow! Er staat daar 10 meter van mij vandaan zojuist een man een foto te maken van studerende mensen! He! Hoezo? Moet ik daar nu geld voor vragen? Achter ‘m aan rennen? Hem vriendelijk doch dwingend verzoeken de desbetreffende foto NIET op Facebook te zetten, omdat hij anders zijn leven niet zeker is? Oke, terug naar de WC. Ik was daar dus. En er waren twee WC’s. Een voor mannen, een voor vrouwen, verrassend. En het mannenhokje was leeg, die van de vrouwen bezet. Ook erg verrassend. En ik stond te wachten voor de vrouwen WC, terwijl het mannenhokje leeg was. Gek he? Waarom zou je wachten? Een WC is toch een WC? Zo wit, met een bril, en een gat, en een doorspoelknop waar per keer veel te veel water doorheen knalt. Thuis deel je toch ook gewoon de WC met je mannelijke huisgenoot of je vader? Tja, gewoon omdat er een sticker op zit met een poppetje met een broek in plaats van een rokje – vrouwen dragen tegenwoordig ook broeken – staan we te wachten voor het hokje met het rokje. REGELS ZIJN ER OM VERBROKEN TE WORDEN! WE MOETEN TEGENDRAADS ZIJN! WAAR IS ONZE RECALCITRANTIE! Rust. Geduld. Gewoon wachten voor het hokje met de menstruatiezakjes, die met een mooi woord ‘hygiënezakjes’ heten. Wat impliceert dat elk damestoilet zonder die zakjes per definitie niet hygiënisch is, om dan nog maar te zwijgen over herentoiletten. Maar dat terzijde. Read the rest of this entry »

… een niet geheel onaantrekkelijke jongeman 5 meiden gaat uitleggen hoe je met een paintballwapen om moet gaan? Read the rest of this entry »

Vanmorgen moest ik een helm gaan kopen. En alsof het lot ermee gespeeld had zou ik die middag kunstige kapriolen uit gaan halen. Ik ski daar zo een beetje, chillend in een bubbelbad de berg af, ziet mijn broertje opeens een stukje off-piste. Hij doet dat altijd, voelt zich helemaal cool, en ik doe dat nooit, dus ik ben niet zo cool. Maar gezien mijn de-shit-broek en uitermate coole helm vond ik dat ik het toch maar eens moest gaan proberen. Hophop, naar boven, vaag afslagje en bam, stonden we daar. Stukje zwart, voor mijn gevoel. Pikzwart, zo lekker steil, lekker veel dikke sneeuw, lekker veel van die hobbels, stukje ijs ertussen. Jamjam, klinkt als een lekker toetje. En het was nog maar het begin. IK KAN DIT NIET IK KAN DIT NIET IK KAN DIT NIET, schreeuwde mijn ratio. JE MOET DIT DOEN JE MOET DIT DOEN JE MOET DIT DOEN, schreeuwde mijn gevoel. Dus daar ging ik. Het was te smal voor bochtjes, te steil voor immer gerade aus – of immer gerade waus, want je moet toch goed krank in je kopf zijn om jezelf daar gewoon in een streep naar beneden te laten donderen – en pizzapunten zijn voor kinderen, wij eten hele pizza’s! Dus, met mijn goede gedrag, bochtjes draaien. Al na twee meter lig ik sneeuw te happen in een of andere berg sneeuw. IJs in m’n broek, ijs in m’n schoen, ijs in m’n handschoen, en dan moet je nog het hele eind. Weet je, het is goed met je met die coolheid. Met die zogenaamde stoerness omdat je off-piste gaat. Het heet niet voor niets off-piste! Als het een plek was geweest voor een piste hadden ze die er wel gemaakt, dus ga dan ook niet recalcitrant lopen doen en toch naar beneden want daar is het niet voor bedoeld. God, die mensen lijken mij wel.

Vanmorgen zag ik eruit als een angstaanjagende ijskoningin die al dagen niet geslapen had. Wallen tot Afrika en terug, bleek als Sneeuwwitje en m’n haar zat in coupe ‘skimuts’. 10 uur stond ik op de berg, en ik presteerde het zowaar om – me voelend als een vaatdoek, en de ervaring leert dat als je je zo voelt je er ook zo uitziet – nog aan de praat te raken ook! Een of andere Tsjech vroeg of het hier altijd zo druk was. Hij was hier gister aangekomen en schrok zich kapot vanmorgen. Nee nee, zei ik. Ik ga al even mee en het is pas sinds gister zo druk, you came the wrong day my friend! Oh, jammer. Waar kwam ik vandaan? Holland. You? Prague. Ooooh yes been there, nice. Mattias, nice to meet you, what’s your name? Rosa. Hi Rosa. Hi. Inmiddels had ik me door een wagonlading mensen gewurmd en stond ik vooraan in de rij te wachten op een gondel. En jawel, er waren nog twee plekken vrij in zo’n bakkie. En ja hoor, als ik het niet dacht, Mister Prague moest zich natuurlijn naast mij wurmen. En dat past niet. He, gezellig. Soooo where you from in Holland? Utrecht, do you know that? No, never been to Holland. Where is it? Well, in Holland everything is near Amsterdam hahahahaha, so Utrecht is near Amsterdam. And in the case of Utrecht it’s actually true, in 20 minutes I’m at Amsterdam Central Station, very nice. Yes, I was in Maastricht once – vieze leugenaar, hij was toch nog nooit in Nederland geweest? – just at the airport. Everything was very expensive there! Yep, well, if you want a cheap holiday, don’t go to Holland. Especially not Amsterdam. Nou, dat waren z’n vrienden wel van plan. En hij wilde dan wel een biertje met me drinken. Of een jointje draaien. En oproken. En lam worden en ergens in een greppel eindigen. He, gezellig. Nou vriend, hier heb je m’n Facebook, I’ll see you around!

In gedachte aan het avondeten

Waar is die man?

Is die vrouw weg?

Waar is die ene met dat rooie haar met die random zwarte vlekken erop?

Wat doet die andere troela hier?

Is dat die vrouw?

Nee.

En waar is die andere oude man gebleven?

Die zeekoe is niet te missen, hoe kan dit nou?

… wordt vervolgd

M: “Het is z’n moeder.”
J: “Neeeeeeeeee”
M: “Jawel jawel! Hij woont gewoon nog thuis, is zijn hele leven vet gemest en is nu met mama op vakantie.”
J: “Neeeeeeeeee”
M: “Ik weet het zeker.”
R: “Die dikke? Die zag ik vanmiddag nog in Schladming of Schlading of Slavink of hoe het daar ook heet in een of ander café.”
M: “Oh?”
R: “Jaaaaa met die ene van hier weetjewel. Die ene met dat rooie haar en die random zwarte vlekken erop.”
M: “Dus hij is met een ander gesignaleerd!”
J: “Neeeeeeeee”
A: “Wacht! Misschien is hij wel hier met z’n moeder een weekje op vakantie bij het hotel van z’n chick.”
M: “Ja misschien wel uitgenodigd!”
H: “Voor de nodige binding.”
J: “Neeeeeeeeee”

… wordt vervolgd.

Gecrunshed, gedeukt en in kunstig gevouwen origami kwamen wij gister aan in Oostenrijk. Temidden van de Tiroler pistemuziek (sooooo what we get stoneeeeed!!) en literpullen bier stond ons hotel. Reusachtig, redelijk idyllisch – op de tiroler manier -, compleet met Tiroler Harry achter de toonbank en Duitse kerstliedjes, doemde het voor ons op. Spullen uitladen, bier bestellen, we zijn op vakantie! Even later arriveerde de rest van de goegemeente die, lekker high standard, met het vliegtuig was gegaan – their bad, ik voelde me heerlijk zen-origami – en een uur later zaten we aan het Weihnachtsessen. Het eerste conflict konden we al op onze lijst afstrepen; de kamer van een van de gezinnen in het gezelschap had een schuin dak. Kop gestoten, met je harses in de lamp als je doucht en als je niet oplet knal je met je pan tegen het dak als je staat te pissen. Lichtelijk onhandig, niet onoverkomelijk, maar mijn oom en de Tiroler balie-Harry troffen hier elkaars gelijken. Bijna op straat, gelukkig geen koude voeten, en nu is de vrede wedergekeerd. Na het eten was iedereen gaar, op tijd naar bed, maar ik kon natuurlijk weer niet slapen en telde tot een uur of 1 de stipjes op het plafond (en die zitten er dus niet). Read the rest of this entry »